|
Het World Wide Web Terwijl Europa experimenteerde met viewdata en minitel liet ook de VS zich niet onbetuigd aan het viedeotex front. Zo startte AT&T begin 1980 tests met een videotext dienst in Miami. De technologie heette Viewtron, de dienst werd o.a. geleverd door Knight-Ridder, qua omvang Amerika’s tweede krantenconcern. De Miami Herald viel de eer te beurt de eerste videotexkrant van Amerika te worden.

De home page van Viewtron en een advertentie voor Lipton Tea (1983)
De plannen waren gebaseerd op 5.000 gebruikers aan het einde van 1983, maar verder dan 2.500 abonnees kwam men niet, waarna het experiment drie jaar later werd stop gezet. De Knight Ridder groep bleef overigens wel actief op het terrein van de nieuwe media. Zo verwierf men in 1995 een belang in Netscape en beschikten alle 31 dagbladen al in 1996 over een eigen website.
Arpanet wordt Internet Ondertussen gingen de ontwikkelingen bij Arpanet door. In 1974 werd voor het eerst de benaming ‘Internet’ gehanteerd. Dat gebeurde in een publicatie in IEEE Transactions of Communications Technology, mei, 1974. De auteurs van dit artikel waren Vinton Cerf en Bob Kahn, later beschouwd als de vaders van ons internet.
 v.l.n.r. Vinton Cerf, Bob Kahn en Bill Clinton
Vinton Cerf was de voorzitter van de Inter Net Working Group (INWG) en gebruikte de eerste twee woorden van deze werkgroep voor het toenmalige Arpanet. Toch duurde het nog tot 1983, voor het Internet de vorm kreeg waaronder wij het nu kennen. Toen in de jaren zestig steeds meer computers onderling verbonden werden, ontstond de behoefte aan een adressysteem. De Defense Informations Systems Agency (dus weer het leger) richtte in 1972 de Internet Assigned Numbers Authority (IANA) op. Deze organisatie werd verantwoordelijk voor het toewijzen van een uniek adres aan iedere computer die aan het Internet werd gekoppeld. In 1973 werd het IP adressing system geintroduceerd, waarmee iedere individuele computer die aan gesloten was op het netwerk kon worden herkend. De adressen waren numeriek. Gedurende de rest van de jaren zeventig groeide het aantal computers, mede door het grote succes van electronic mail (het eerste commerciele e-mail program kwam in 1976 op de markt. Het was Comnet van The Computer Corporation of America’s gevolgd door On-Line Software International’s). Ook de opkomst van de zogenaamde nieuwsgroepen zorgde voor een explosieve stijging van het aantal aan het netwerk gekoppelde computers. De lengte van de unieke adressen groeide onder invloed van deze ontwikkeling.

De Universiteit van Wisconsin, waar de huidige domein naamgeving werd uitgevonden.
Medewerkers van de universiteit van Wisconsin onderkenden het probleem en bouwden in 1984 de allereerste name server. Dankzij deze name server hoefden gebruikers niet langer het exacte pad naar andere computers te kennen. Het huidige domeinnamen systeem was geboren: 121.245.078.2 werd ‘company.com’. In 1990 ontdekte de commercie het Internet, waarmee de chaos compleet leek te worden. Dit keer waren het de Europeanen die uitkomst brachten…
De geboorte van het World Wide Web

Tim Berners-Lee, de schepper van het World Wide Web
Het World Wide Web werd geboren in de Zwitserse Alpen. Om precies te zijn in Geneve in de laboratoria van CERN (European Laboratory for Particle Physics). De vader was de Engelsman Tim Berners-Lee die bij CERN werkte als software engineer.

De geboortegrond van het World Wide Web: het CERN-complex in Geneve.
Tim Berners-Lee was op zoek naar een methode om zijn steeds maar groeiende aantal memo’s en notities op een logische wijze op te slaan op zijn computer. Daartoe ontwierp hij het eerste hypertextbook: woorden in een document konden gelinkt worden aan bestanden op zijn computer. Maar het werkte natuurlijk alleen met bestanden op zijn eigen computer. Wilde hij ‘doorlinken’ naar andere bestanden, dan kon dat alleen wanneer die opgeslagen lagen in een centrale database, met alle beheersproblemen van dien.
Zo rijpte het idee om zijn computer open te stellen voor iedereen die dat wilde, mits hij daarmee dan weer toegang kreeg tot de computer van degene die van zijn informatie gebruik wilde maken. Een wereld omspannend netwerk zonder een centrale beheersorganisatie, zonder een centrale database en zonder scaling problemen. Om zijn world wide web mogelijk te maken ontwierp Berners-Lee een relatief simpel coderingssysteem: HTML (HyperText Mark-up Language). Hij werkte een adresseersysteem uit, waarbij iedere web pagina een unieke locatie toewees (URL: Universal Resource Locator) en stelde een aantal regels op die het mogelijk maakten om bestanden wereldwijd aan elkaar te linken (http: HyperText Transfer Protocol). In 1991 bouwde hij zo de eerste webbrowser ter wereld.

De aankondiging van de eerste publieke webservers op basis van HTML/http.
Anders dan bijvoorbeeld Marc Andreesen, die de eerste populaire webbrowser waarin naast tekst ook ruimte was voor grafische voorstellingen en foto’s, bouwde (Mosaic) en later als medeoprichter van Netscape een van de eerste internet miljonairs werd, is Berners-Lee altijd in de wetenschappelijke sector werkzaam gebleven. Als president van het W3 Consortium blijft hij ijveren voor open protocollen en bewaakt hij de toekomst van zijn WWW, dat in de jaren negentig orde schiep in de toenmalige chaos en wildgroei van het Internet.
Volgende aflevering: De explosie
|